Arjan Tien
1997 - 2007
"...Arjan Tien has become synonymous with insightful musicianship and the messenger of joy that music should be."
Juan Burgers - Die Burger
"Dirigent Arjan Tien had alles uit de kast gehaald om een onvervalst authentiek Italiaans operageluid uit zijn orkest te toveren. Met een overweldigend succes."
Paul Vergeest - de Gelderlander
(foto's Marco Borggreve)
“Ik had me geen betere opvolger kunnen wensen”, zei Pierre van der Schaaf toen hij hoorde over de benoeming van Arjan Tien. Deze was vroeger lid van zijn jeugdorkest in Dieren en ooit (in 1984-85) tweede violist in het NKO. Hij was van alle dirigenten die voor het orkest stonden veruit de jongste, welgeteld 28 jaar. De procedure die aan zijn benoeming vooraf ging was zorgvuldig geweest. Vijf sollicitanten waren voor een proefrepetitie uitgenodigd. De voorkeur voor Arjan Tien was overweldigend.
Arjan Tien studeerde viool en altviool aan het Utrechts conservatorium bij Philipp Hirshhorn en Ron Ephrat en volgde masterclasses bij onder meer Nobuko Imai en Fjodor Drushinin. In 1994 behaalde hij zijn diploma Uitvoerend Musicus met onderscheiding. Sinds 1992 maakt hij deel uit van het Radio Filharmonisch Orkest. Hij begon zijn carrière als dirigent in 1993. Hij volgde directielessen bij George Hurst, Edo de Waart en Roberto Benzi. In 1997 won hij op het concours van de Internationale Dirigentenmeesterklas in La Chaud-de-Fonds (Zwitserland) de eerste prijs “Rotary-Faller”. Als assistent-dirigent werd hij in 1999-2000 voor een aantal projecten door het RFO gevraagd, wat resulteerde in nog eens 14 weken voor het volgend seizoen. Daarnaast wordt hij als gastdirigent regelmatig door orkesten uitgenodigd, ondermeer in Turkije en Zuid-Afrika.
Al snel werd duidelijk dat Arjan Tien grote plannen had met het NKO. Hij ging energiek koersen op verhoging van de muzikale kwaliteit. Hij geloofde ook in de mogelijkheden daarvan. Een goed amateurorkest kan unieke kwaliteiten hebben. “Bij een beroepsorkest heb je te maken met cao’s”, zei hij in een interview. Goede amateurs zijn soms ook zeer gemotiveerd en hebben méér dan hun professionele collega’s de gelegenheid om mentaal naar één bepaald concert toe te groeien. Arjan merkte onmiddellijk dat het orkest kwalitatief gegroeid was sinds hij er zelf deel van uitmaakte; hij kon dus voortbouwen op wat Van der Schaaf had bereikt. “Wat heb je me een goed orkest nagelaten”, schreef hij Pierre bewonderend. Frappant vond hij de snelheid waarmee zijn aanwijzingen werden opgepakt; de muzikale intelligentie, zoals hij het zelf zegt. Al snel werd ook duidelijk waaraan gewerkt moest worden: de strijkersklank, destijds ook de eerste zorg van Pierre van der Schaaf, en de ademtechniek van de blazers als collectief. Samen ademen; het lijkt zo gemakkelijk maar het gebeurt niet vanzelf. In het eerste jaarverslag onder de nieuwe dirigent gewaagde Gaby van Hoof, op dat moment alweer elf jaar secretaris, van een muzikale wind die uit een andere hoek ging waaien. Wat de orkestleden daarvan ondervonden was, naast een intensivering van de orkestdiscipline, ook een nieuw en verrassend repertoire. Opera (voor het Waalconcert van 1999) en lichte muziek (met Jan Vayne), maar ook een Nederlandse première van Poulenc’s Les Animaux Modèles.
Een bijzondere gebeurtenis was ongetwijfeld de reis naar Zweden, van 20 tot 25 mei 1998. De aanzet kwam van Arjan Tien zelf. Hij had aan de Högalid-Hogeschool in Kalmar een cursus geleid en daaruit vloeiden uitnodigingen voort voor concerten in Kalmar en Stockholm. Noch in het zeer romantische Gamla stadstheater van Kalmar, noch in de akoestisch prachtige zaal van het Musikaliska Akademins van Stockholm was de belangstelling van het Zweedse publiek groot. Dat stond gedreven musiceren overigens niet in de weg. De Zweedse pers was enhousiast; wij waren “duktiga amatörer”. De reis was ook afgezien van de beide concerten een groot succes. Per dubbeldekker en per boot werd de afstand spelenderwijs overbrugd, ontspannen en geanimeerd. Stockholm werd met affiches behangen en dat was, ongeacht het effect, een vrolijke bezigheid. Gedurende de terugreis werd een live opname van het concert in Stockholm in de bus veelvuldig beluisterd. Voor de orkestleden zelf was het resultaat, Griegs eerste Peer Gynt-suite en Beethovens vijfde, verbluffend.
Voor vrijwel alle betrokkenen was het kerstconcert van 1998 een bijzonder concert vanwege Förklädd gud, een lyrische suite van de Zweed Lars-Erik Larsson. In Nederland niet bekend maar zeer toegankelijk, overrompelend zelfs, met een uitgesproken ritmiek en een grote melodische rijkdom. Een jaar later volgde het orkest met Mozarts Krönungsmesse een gebaand pad. De eeuwwisseling evenwel was met Daniël Wayenberg en Jasperina de Jong weer eens heel wat anders.
In november 2007 heeft Arjan zijn verbintenis met het SON beëindigd met een grandioze uitvoering van Giuseppe Verdi's 'La Traviata'.
| Volg ons | Overzicht website| Contact| |
|

